<%@ Language=VBScript %> Eddy Stevens

EddyStevens | home | Unidentified Furniture Objects | biografie | tentoonstellingen | links | contact & uitnodiging | bestel het boek
kunstschilder

Eddy Stevens | kunstschilder




 








Biografie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorwoord

Eddy Stevens werd geboren in Brasschaat (Antwerpen) op 16 mei 1965.

Hij volgde zijn opleiding aan de Kunstacademie te Sint-Niklaas en was leerling aan het atelier van Guy Wauters en Sonya Rosalia Bauters. 

Zijn eerste tentoonstelling had hij op 16-jarige leeftijd.

Zijn werk wordt tentoongesteld in België, Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Amerika.



In de greep van een bovennatuurlijke bezieling

Als Cuchulain, die half mens en half zoon van de zonnegod was, in de greep raakte van een bovennatuurlijke bezieling, verscheen een vreemd flakkerend schijnsel om zijn hoofd. De oude Ierse legenden noemen dat vol ontzag ‘het doornstruiklicht van de held’. In het geval van Cuchulain kondigde het de gevechtsrazernij aan die hem op het slagveld absoluut onoverwinnelijk maakte en hem met inzet van alle krachten tegen de duisternis van het kwaad deed strijden. In ruimer verband kan dit licht echter uitgelegd worden als het dóórbreken van het goddelijke in de menselijke benedenwereld. Het geschetste beeld geeft aan hoezeer dit ‘licht van boven’, die bovenpersoonlijke inspiratie die tevens typerend is voor de doeken van Eddy Stevens, de allesbepalende factor is. Hij maakt het verschil tussen een onzeker gevecht en de overwinning, maar ook tussen een goed schilderij en een waar kunstwerk. Dit schijnsel verlicht de fantasiewereld rond Eddy Stevens en transformeert die tot wat de kunstenaar zelf een ‘spirituele leefwereld’ noemt. Stevens zegt over zichzelf “wat in werkelijkheid niet kan, is voor mij wel in mijn gedachten mogelijk en ik verwerk het in mijn schilderijen”.

Het lijkt zo of Eddy zegt dat zijn doeken een soort enclave zijn en dat is juist. Wie de kunst verstaat om te kijken ontdekt er steeds opnieuw een veilige schuilplek in van iets wat in de echte wereld uit zicht is geraakt; het oermodel van eerlijke en diepe relaties van mens tot mens. Het doornstruiklicht van de held breekt met kracht in deze schilderijen door en toont ons de zuivere vorm daarvan.
Zo gezien bewaren de werken een herinnering aan een pure mythologische begintijd die inhoudelijk de toetssteen blijft voor alles wat later is gekomen en vervolgens het oorspronkelijke beeld overgroeid en aan het gezicht onttrokken heeft. Onze moderne tijd, complex en chaotisch als die soms is, dooft misschien gaandeweg het heldere licht van boven, maar het duister is nooit compleet. Kunstenaars als Eddy Stevens blijven gevoelig voor het schijnsel en wijzen ons de weg naar de bron. We interpreteren deze fantastische doeken daarom als vensters op ‘de allerbelangrijkste mogelijkheden tussen mensen’, mogelijkheden waartoe we door de intrigerende voorstellingen worden opgeroepen. Ze liggen nog altijd binnen handbereik en Stevens wijst ons met zijn virtuoze penseel en met de speer die hij op zijn zelfportret in de hand heeft op hun dwingende realiteit en de noodzaak ze te verwerkelijken. De inhoud van mythologische vertellingen is nooit tijdgebonden. De tijd staat daarin juist stil en de eeuwigheid regeert. Wellicht vinden we daar dan het licht van de tijdloze humaniteit die ons in staat stelt om zowel duizenden jaren oude vertellingen als deze moderne schilderijen te verstaan.

Stevens is uit Antwerpen naar Frankrijk vertrokken, naar een stille oude cognacboerderij, om in zo’n tijdloze sfeer te kunnen leven en werken. Zuivere en ware menselijkheid vind je ver weg van het rumoer van de moderne samenleving waarin de snelheid van leven iedereen juist tot gevangene van de tijd maakt. De vierentwintig uren van de dag zijn strak ingedeeld in stukken en segmenten met verplichte ontspanning of activiteiten die zich in laatste instantie aan onze wil onttrekken en ons van onszelf vervreemden. Een kunstenaar van wie het werk de tegengestelde intentie heeft, moet zich daar noodzakelijk aan onttrekken en dat heeft Stevens dan ook gedaan. Hij zegt dat hij nog nooit zo dicht bij de natuur gestaan heeft als in de laatste twaalf maanden die hij als ‘kluizenaar samen met zijn echtgenote en model Sophie’ doorbracht. De natuur is echter vaak een stille spiegel waarin we onszelf duidelijk kunnen zien
.

Het punt van vertrek

Het eerste werk dat hij als jongetje van twaalf maakte was een maanlandschap. Eddy, ook toen al dromerig en op zichzelf, schilderde een plek die ‘niet hier’ was, maar voor hem meer werkelijk dan wat hij met zijn ogen zag. Geen hang naar verre exotische plaatsen, maar het visualiseren van de stille plek waar zijn wereld haar kwetsbare binnenkant laat zien, waar de rimpels in het zwarte water van je gevoelsleven verdwijnen en het beeld helder wordt. Zo begon een persoonlijke en kunstzinnige zoektocht in wat je een beschermde droom zou kunnen noemen. [schilderij “Een beschermde droom”, In dromen openbaart zich echter wat voor ons mensen van het grootste belang en het meest werkelijk is. Een echte kunstenaar moet over het unieke talent beschikken om dat aan anderen te laten zien, maar natuurlijk moeten die anderen hem dan ook de kans geven zijn gave te ontwikkelen.

Op school haalde Eddy alleen maar goede cijfers voor de creatieve vakken, de rest interesseerde hem niet. Hij knutselde graag in de tot werkplaats omgebouwde garage van zijn vader. Zijn broer Walter hield er als hobby reptielen. Een bezoek van de kunstschilder Guy Wauters veranderde alles. De werktafel maakte plaats voor een schildersezel. Dat het met de school niets werd, was overduidelijk - Eddy moest maar een baan zoeken. Zo gingen de broers dagelijks samen met vader naar Antwerpen. Walter bezocht daar de universiteit en Eddy werkte in de diamantzagerij van zijn vader. Hij blonk uit in het met uiterste precisie tekenen van de zo belangrijke zaaglijnen op de ruwe diamant. Dat zegt al iets over zijn uitzonderlijk observatievermogen en zijn scherpte van blik; kwaliteiten die in zijn schilderwerk terugkeren. Hij ging regelmatig naar de Academie in Sint Niklaas en kwam in contact met de schilderes Sonya Rosalia Bauters. Die nam hem onder haar vleugels, was niet gauw tevreden met zijn prestaties en bracht hem veel technische en ambachtelijke kennis bij. In zijn eentje in zijn atelier was Eddy als een vis in het water, maar onvermijdelijk moest hij elke dag met tegenzin de gang weer maken naar de zagerij.

Het geld dat hij daar verdiende, stelde hem in staat tot reizen naar het Verre Oosten en Amerika. Ervaringen die hij zo opdeed, sterkten hem als mens en als persoon. Hij kwam steviger in zijn schoenen te staan. Zo verbleef hij ook eens zes maanden in Bombay, waar hij een diep inzicht kreeg in de onderliggende emotionaliteit en sensitiviteit van de Indiase kunst en cultuur. Toen hij daarna weer voet zette op vaderlandse bodem hakte hij definitief de knoop door. Voortaan zou hij alleen nog maar schilderen. Aanvankelijk kon Eddy nog niet van de kunst leven, dus maakte hij in opdracht muurschilderingen, fresco’s en decors. Eigenlijk had hij dus een klein schildersfabriekje net zoals veel vroegere Vlaamse voorgangers, en net als zij zorgde hij ervoor dat hij tijd overhield voor vrij werk. Daar was het hem immers van het begin af aan om te doen!
 

Emotioneel gekleurd

Veel mensen verwerken emotioneel diep ingrijpende episodes in hun leven door met anderen te praten, maar Stevens’ taal bij uitstek is het schilderen. Zijn zachtheid maakt hem tot klankbord van situaties zodat hij overgave, passie, verwijdering, verlies en verdriet het allerbeste met het penseel een plaats in zijn leven kan geven en tot beelden omtoveren. Intieme relaties zijn zonder twijfel de meest intense belevenissen en keerpunten in ons bestaan. Om die reden kunnen we dan ook de latere etappes van Eddy’s liefdesleven in zijn werk terugzien. Het verklaart bovendien waarom de vrouw in zijn werk zo nadrukkelijk centraal staat. Eddy groeide als mens door en naarmate hij zich als kunstenaar verder ontwikkelde, nam niet alleen zijn ambachtelijk vermogen toe maar werden ook zijn intuïtie en sensitiviteit, de bron van zijn beeldende fantasie, steeds fijner afgestemd. Hij bleek steeds beter in staat om heftige emoties die ons al louter door hun grote kracht dreigen te overspoelen in ongekende diepte en genuanceerdheid te visualiseren. Waar anderen soms geheel opgaan in de intensiteit en de roes van het vluchtige moment en even niet zichzelf zijn, is het juist de door Eddy gezochte en gevonden stilte van de tijdloosheid die hem des te zuiverder laat zien en horen.
 

De kleur van de stilte

Stilte is voor Stevens van essentieel belang. Wie voor zijn doeken staat, kan dat zelfs zíen. De vaak donkere achtergronden van de voorstellingen drukken geen duisternis uit, maar visualiseren de afwezigheid van rumoer of storing. Om die reden houdt Eddy dan ook van de nacht en van het avondlicht. Alles is hier geconcentreerde aandacht voor de mens tegenover de schilder en de toeschouwer. Deze schilderkunstige stilte is niet alleen kenmerkend voor Stevens als artiest maar bepaalt evenzeer waar de grenzen liggen van zijn mogelijkheid om met mensen om te gaan. De één-op-één relatie is van oudsher zijn grootste kracht en inspiratiebron.
Zo wordt ons dan duidelijk waarom hij uitsluitend in een direct persoonlijk contact met de kunstenaars Guy Wauters en Sonya Rosalia Bauters veel van hen kon leren. Ze waren zelf eenlingen en namen hem onder hun hoede omdat ze voelden dat ook zijn wereld buiten de groepssfeer viel. Eddy paste niet in collectieve verbanden zoals op de Academie. Het mag dan ook niet verbazen dat juist die meest intense en emotionele relatie die een individuele man in de liefde met een individuele vrouw heeft voor hem tot de centrale spil van zijn werk werd. Eddy schildert het brandpunt van zijn leven en leeft zijn schilderijen. Gebeurtenissen en vooral beslissende momenten in zijn privé-bestaan maken de overstap naar een schilderij. Ze worden er in de dubbele zin van het woord in verwerkt, en laten er blijvend hun sporen in achter. Dat laatste gebeurt dan echter wel op een zodanige manier dat ze tevens van privé tot algemeen menselijk getransformeerd worden en op die manier ook voor óns betekenis kunnen krijgen.
 

De ‘ander’ bij uitstek

Wie goed kijkt, beseft dat het uiteindelijk maar om één ding gaat: de relatie van mens tot mens. In zijn eigen wereld ontmoet de schilder Eddy Stevens als mens en als kunstenaar ‘de ander’. Die wordt, zoals we stelden, in zijn bestaan zowel als in zijn kunst bij uitstek belichaamd door de vrouw, maar misschien niet slechts vanwege Eddy’s karakter en persoonlijke instelling. De vrouw is van nature de ander bij uitstek! Ze is degene die enerzijds emotioneel het meest nabij is en het diepst gekend wordt, maar anderzijds is ze juist in haar vrouwzijn totaal verschillend, vreemd en een onoplosbaar raadsel. Ze is identiek en blijft toch different, een paradox die oneindig te denken geeft. Vanuit die polaire spanning tussen twee personen ontstaat hier dan een door één enkele man geschapen land, ver weg van alle dagelijkse sleur en routine maar tegelijk verrassend dicht bij de kern van uw en mijn gevoelsleven. Alles wordt hier beheerst door een sobere en tijdloze symboliek
die betrokken is op de vraag wat menszijn wel mag betekenen. Eddy wendt die symboliek op meesterlijke wijze aan om in fascinerende doeken uitdrukking te geven aan wat hij beleeft en hoe hij daarop reageert. Wat gewoonlijk bij mensen onderhuids blijft, ontwikkelt zich zo tot een reeks schitterende beeldfragmenten van ons innerlijk. Met elk nieuw schilderij breidt Eddy zijn wereld verder uit en voegt hij een hoofdstuk toe aan het doorlopende verhaal dat hij met zijn oeuvre vertelt.
 

Een kruispunt van betekenissen

Voor Stevens is de vrouwelijke vorm zowel het mooiste wat er bestaat, alsook van een veel diepere symbolische betekenis dan die van de man. Dat laatste betekent dan ook dat die extra rijkdom aan symboliek, dat kruispunt van associaties, hem meer ‘woorden’ verschaft om het verhaal te vertellen waarvoor de modellen in zijn doeken de personages zijn. In zijn jongere jaren deed Eddy veel aan toneel en de parellel met zijn werk is beslist niet toevallig. Toneel is geen valse schijn maar een spelen van de werkelijkheid, en juist die gespeelde werkelijkheid komt in de ensceneringen van de schilderijen heel krachtig tot uitdrukking. In de laatste jaren heeft hij weliswaar zijn ambachtelijk vermogen om bepaalde gevoelens plastisch en figuratief vast te leggen veel verder weten te ontwikkelen, maar het evenwicht tussen die twee kanten van zijn kunstenaarsbestaan, de stille inspiratie en de geraffineerde techniek, blijft altijd precair. Het moet steeds opnieuw in opperste concentratie herwonnen worden.

Wie Stevens’ schilderijen beziet, kan niet om de conclusie heen dat hij een toppunt van zijn kunnen bereikt juist in de doeken waarvoor zijn vrouw poseerde. Eddy weet een ongekende verscheidenheid aan emotionele nuances en betekenissen uit te drukken in zijn weergave van haar lichaam. De houdingen waarin hij Sophie plaatst, laten bijna altijd een spanningsboog zien die haar binnen zichzelf houdt. Niet alleen is de blik naar binnen gekeerd, maar het lijkt meestal ook alsof ze zich nauwelijks bewust is van waar ze is, of ze luistert naar iets op de grens van het menselijke gehoor.
De omgeving kan zo niet langer de context zijn in de gebruikelijke zin van landschappelijke omlijsting of situering. Die wordt tot die andere plek uit Eddy’s jeugd, de plek die ‘niet hier’ is, dat wil zeggen buiten de grenzen van de wereld van alledag. Sterker nog: de omgeving blijkt stilte en lijst. Ze is echter ook het blanco vel waarop alle gedachten en overpeinzingen van het model zichtbaar gemaakt worden aan haar eigen lichaam. Alleen zo kunnen kunstenaar en kijker háár verhaal en tegelijk het verhaal dat Eddy ten tonele voert lezen.
 

Nieuwe hoofdstukken, oude verhalen

Zoals de filosoof Ludwig Wittgenstein eens opmerkte: “Er zijn zaken die onuitsprekelijk zijn en zich uit zichzelf moeten tonen en dat is het mythische”. Dat geldt ook voor deze doeken. Spraken we hierboven van algemeen menselijk, dan is het precies die dimensie waarin de wereld van Eddy Stevens verzonken ligt. Ontdaan van alle tijdgebonden elementen of verwijzingen blijft alleen over wat van alle tijden is. Paradoxaal genoeg kunnen alleen zulke mythische voorstellingen steeds opnieuw geïnterpreteerd worden en ons voortdurend tot diepere inzichten brengen. Ze verbinden dan de mens met zijn wereld en aldus binnen met buiten. Op een schilderij als “Troost brengt verlichting” zien we Sophie en Eddy tezamen buiten zichzelf treden juist op een hoogtepunt van in zich gekeerd zijn. Hun blik is afgewend en de iconografie van de voorstelling lijkt het einde van een verblijf in het paradijs te suggereren, want Eddy stapt het donker binnen. Of is het juist de stilte? Hier in hun hof van Eden waren ze in den beginne slechts met z’n twee, maar in Eddy’s kunstwerk zijn ze er nu ook voor de toeschouwer. Eddy en Sophie: de een blijkt als model een open boek, de ander is dat ook als de kunstenaar die dat boek kan lezen en haar gestalte en de spelingen van het licht op haar lichaamsvorm weet te gebruiken om iets bloot te leggen dat niet slechts in haar of hem, maar in elk mens aanwezig is.
 

Nieuw licht en oude vrienden

Toen Eddy en Sophie elkaar ontmoetten, schilderde hij vooral grisailles, werken in zwart-wit, waarbij alles afhangt van de subtiele nuances van grijs. Terug naar de essentie van licht. Grisailles zijn een eerbiedwaardig middeleeuwse techniek, die ook al beoefend werd door Stevens’ landgenoot de befaamde Jan van Eyck. Sophie spreekt van een ‘donkere monochrome grijze periode’ die overging in een nieuwe tijd vol licht en kleur. Dat laatste moeten we echter niet zo begrijpen als zou Stevens als een impressionist in felle roden, gelen en blauwen zijn gaan werken. Nee, hij is er juist in geslaagd om de enorme rijkdom van zoiets als licht niet in de breedte maar in de diepte uit te werken volgens het adagium ‘in de beperking toont zich de meester’. Bruin en mosgroen, sepia en wit, zwart en metalig geel, roest en aarde, maar vooral ook de bijna ongelimiteerde rijkdom van subtiele kleurschakeringen opgewekt door licht dat valt op de menselijke huid.

Wie het voorafgaande in gedachten houdt, begrijpt ook waarom Stevens grote affiniteit heeft met kunstenaars als Velasquez en Rembrandt, Lucian Freud, Balthus en niet te vergeten de Amerikaan Andrew Wyeth, de laatste befaamd vanwege zijn prachtige ‘Helga’ serie. Zonder uitzondering schilders bij wie een rechtstreeks verband bestaat tussen lichamelijkheid en licht. We hebben het dan enerzijds over een lichamelijkheid die zich niet primair als vorm en gestalte manifesteert, maar als stoffelijkheid, als lichamelijke warmte, als tastbaarheid, intimiteit, en anderzijds over de zeggingskracht van het geschilderde schijnsel.
Ofschoon Eddy bewondering heeft voor Italianen zoals Tiepolo en Veronese met hun warme licht, is hij, in weerwil van zijn perfecte anatomische weergave van het menselijk lichaam, geen Renaissance-kunstenaar. Het zou juister zijn te zeggen dat hij in tegenstelling tot een Michelangelo nadrukkelijk de middeleeuwse emotionele directheid heeft bewaard en die op onnavolgbare wijze versmelt met het opnieuw en met vreugde kijken naar het aardse en de schoonheid van de buitenwereld

Mede om die reden gaat Eddy bij alle toename in uiterlijke ambachtelijke finesse toch ook in zijn werk alsmaar dieper in zichzelf terug, probeert hij dichter bij zichzelf te komen. Daarnaast moet echter de behoefte om zich in de wereld van zijn schilderen te verliezen en te leven niet onderschat worden als drijfveer. Als gevolg van het feit dat Eddy dus een dubbele weg volgt, wijzen de titels van zijn werken op een toenemende verinnerlijking die paradoxaal genoeg tegelijk de weg naar buiten blijkt te zijn en naar de emoties die mensen delen en die ze aan elkaars uiterlijk en houding kunnen aflezen. Eddy zoekt naar de ultieme verftoetsen en wil mensen ontroeren om ze te doen nadenken over zichzelf en hun bestaan.

En het licht? Het ideale licht is bij Eddy Stevens eigenlijk de sleutel tot alles. Licht doet kleuren leven en geeft ons de wonderen van de zichtbare wereld, maar is tegelijk een metafoor van inzicht, vrede, begrip en verlossing. In alle religies en wijsgerige systemen sinds de Klassieke Oudheid is dat hetzelfde gebleven. De eerste woorden die God bij de Bijbelse schepping sprak, waren ‘er zij licht’ en Christus zijn zoon, die hij naar de wereld zond, werd vroeger aangeduid als “Lux Mundi”, het licht van de wereld. Een cultuur die gebouwd is op de fundamenten van het christendom en de Platonische filosofie met als hoogste punt de “Ideeënzon” moet onvermijdelijk haar diepste inhoud identificeren met het ‘licht van boven’ dat niet slechts in de natuur maar tevens in de ziel schijnt. Ook de beeldende kunst van een enkele schilder die het isolement zoekt, draagt onontkoombaar die gedeelde culturele erfenis van ons allemaal in zich. De natuur kent vier jaargetijden en de herfst is daarvan ongetwijfeld het meest meditatieve. Herfstlicht stemt ons tot nadenken, tot mijmeren over wat aan ons voorafging. Misschien is de cultuur wel de herfst in ons.
 

Een nieuw soort tijd

Heel opmerkelijk is dat de recente doeken, gemaakt in de rust van het platteland, een verschuiving in de aard van de voorstellingen laten zien. In plaats van één enkel model zijn er nu soms twee. Naast Sophie, een enkele keer samen met Eddy zelf afgebeeld, is er nu de ‘ander’ als de ‘derde’. Daarmee wordt de magische cirkel van twee geliefden die genoeg aan elkaar hebben doorbroken. In de derde persoon dient de samenleving zich onverwacht aan als het netwerk van onderlinge relaties tussen meerdere mensen. We achten dit een structurele verrijking van Stevens’ werk, want de maatschappij is geen uitwendige toevoeging aan de één-op-één relatie maar een wezenlijk en onmisbaar bestanddeel van ons menszijn. Het is op zijn minst onmogelijk om een individu te zijn als we de groep niet kennen waar we ons van willen onderscheiden maar waar we door onze natuur ook onvermijdelijk deel van blijven uitmaken. De anderen zijn altijd al binnen ons en alleen wie dat inziet, kan zichzelf zijn en toch bereid mensen te ontmoeten. We zien in het nieuwe werk ook dat de houdingen van de vrouwen losser en meer open worden. Soms verschijnt aan de rand van het tafereel zelfs een kasteelruïne of wat verbrokkeld metselwerk, merktekens van de cultuur die een collectief bouwwerk en een kunstwerk van en door velen is.

De liefde tussen twee mensen verjaagt het spook van de wegstromende tijd, maar de derde brengt die tijd op een positieve manier terug. Er ontstaat een samenzijn dat zijn neerslag heeft in met meer dan één persoon gedeelde ervaringen en unieke momenten; een grotere wereld en wel die van de geschiedenis. Ook Eddy’s wereld heeft naar ons blijkt haar eigen historie met nieuwe onverwachte wendingen. De schilder is hier schepper maar tegelijkertijd de waarnemer die de loop der gebeurtenissen volgt en ze optekent. We constateren dat juist het sociale isolement de gevoeligheid van deze kunstenaar vergroot voor de subtiliteit en de complexiteit van wat ons allemaal onderling bindt en wat van altijddurende betekenis is. Precies dat maakt Stevens’ schilderijen tot ware meesterwerken
 

De man met de speer

‘Licht van boven’ valt omlaag, maar de speer die Eddy met zijn hand omklemt, wijst omhoog en is eigenlijk zelf een metafoor geworden van waar het deze virtuoze kunstenaar om te doen is.
Stevens poseert als strijder in de diepe stilte van de schaduwen die zijn hoofd omringen en geeft daarmee eigenlijk een beeld van zijn bestaan als wachter, als de man die op de uitkijk staat en de hemel en de horizon afspeurt. Al z’n zintuigen zijn op hun scherpst, want het is zijn taak om namens de anderen als eerste de komst van het onverwachte te zien en horen. Hij is op zijn hoede, waakzaam en zwijgzaam, want het minste geluid kan van de grootste betekenis zijn. Hij verdedigt wat waardevol is en net als de halfgod Cuchulain aan het begin van dit verhaal doet hij dat met inzet van al zijn krachten en in de greep van een bovennatuurlijke bezieling. Hij is een voorbeeld van iemand die als individu en als medemens zijn verantwoordelijkheden serieus neemt.
Stevens’ slagveld is de kunst als eminente uiting van onze gedeelde cultuur en als hoogbegaafd schilder kan hij ook nog laten zien hoe anderen zich in het tijdloze tot zichzelf en elkaar moeten verhouden. Een recent schilderij getiteld “De gedenksteen” roept dat beeld op. Meerdere mensen in stille solidariteit buigen zich luisterend en denkend over een met tekens gemarkeerde steen die de cultuur voorstelt, maar tevens als heilige steen doortrokken is van het ‘licht van boven’. Individuen die zichzelf blijven maar een band hebben die veel verder gaat dan het leven van alledag, een band die in het herinneren teruggaat op een tijdloos mythologisch verleden en zich uitdrukt in het flakkerende schijnsel dat de steen omkranst zoals eens het hoofd van een Ierse held met een toverspeer.



Frans Jeursen